|
Vermommingen
Als je zakkenrollers of andere straatboeven
wilt vangen dan is het prettig dat je niet opvalt als
politieambtenaar. Je kunt je bijvoorbeeld zodanig gedragen dat
je doorgaat als doorsnee publiek.
Ook kun je zodanig overkomen dat niemand
vermoedt dat je bij de politie werkt.
Zo heb ik wel als klusser, zwerver en
hond-uit-later, mensen geobserveerd.
Begin jaren 1980 ondervond ik, dat als ik
mij voortbewoog op rolschaatsen, dat ik dan een prima vermomming
had als politieman. Ik kon mij overal op straat vertonen zonder
dat iemand maar het minste vermoeden had een politieagent te
zien. Dit was nog in een tijd dat in Amsterdam maar weinig
volwassenen op rolschaatsen rondreden. Ik was dus een beetje een
vreemd figuur. Ik vond dat het publiek dat vooral moest blijven
denken, des te beter werkte deze vermomming als rolschaats
sporter. Menig zakkenroller en andere crimineel heb ik op
rolschaatsen aangehouden. Ik vond het al snel de normaalste zaak
van de wereld om rolschaatsen te gebruiken. Ik kon daarmee goed
boeven vangen. Menig collega spreekt mij nu nog aan op mijn
rolschaats gebruik. Dat een burger dit deed is wel
uitzonderlijk.
Zo sprak kort geleden, in mei 2008, een
vrouw mij aan over mijn rolschaatsgebruik.
Ik was op bezoek bij mij schoonzus Heli die
een winkeltje runt in een verzorgingstehuis. Een van haar
klanten was Patricia . Zij was daar in het tehuis werkzaam. Zij
keek mij aan en vroeg mij kort daarna of ik vroeger op
rolschaatsen reed. Ik was toch wel verbaasd over deze vraag. Het
was immers al zo’n 25 jaar geleden dat ik met rolschaatsen rond
had gereden. Ik beantwoordde haar vraag met hoe zij dit wist.
Zij vertelde mij dat zij 10 jaar in een kledingzaak op de
Nieuwendijk te Amsterdam had gewerkt. Zij was er getuige van
geweest dat ik in die zaak een zakkenroller had aangehouden
terwijl ik op rolschaatsen reed. Zij vertelde dat zij plat
achter de toonbank dook, omdat ze dacht dat er een vechtpartij
aan de gang was. Ander personeel van die kledingzaak wist wel
dat ik een politieman was en dat lieten ze Patricia ook snel
weten. Patricia herkende mij nog, ze moet een zeer goed geheugen
hebben. Ik herkende haar in ieder geval niet meer. Ik had gezien
dat deze Noord Afrikaanse zakkenroller een portemonnee had
gerold uit een tas. Menig zakkenroller leegt de portemonnee en
stopt die met de voor hem waardeloze spullen in een zak van een
jas of broek die te koop wordt aangeboden in de kledingzaak. Zo
ook in bovengenoemde zaak denk ik dat dit het plan was van de
zakkenroller.
|