De telefooncel

Een soortgelijke diefstal deed zich voor op het Jan Willem
Brouwersplein te Amsterdam, ter hoogte van het Concertgebouw.
Samen met een collega liep ik vanuit het centrum van Amsterdam
achter twee Zuid-Amerikaanse zakkenrollers aan. Ze hadden al een
groot aantal winkels gehad en ook hadden ze al een paar keer in
de rij gestaan bij een museum. Ze kregen het kennelijk niet voor
elkaar om wat te stelen, totdat ze aankwamen op het J.W.
Brouwersplein. Daar bevond zich een telefooncel die nog
afgesloten kon worden met een deur. In de cel stond een man te
bellen en had zijn aktetas daarbij op de vloer gezet. Een van de
twee zakkenrollers ging voor de telefooncel staan en begon tegen
de man in de cel te praten terwijl hij nog aan het bellen was.
Door flink veel gebaren te maken en onsamenhangend te praten
werd de bellende man zodanig afgeleid dat de andere
Zuid-Amerikaan onhoorbaar en onzichtbaar achter de rug om van
de bellende man de deur van de cel opende, de aktetas van de
vloer pakte en de benen nam.
U begrijpt al aan trucs hebben de
zakkenrollers geen gebrek. Bijna altijd maken ze gebruik van een
afleidingsmanoeuvre om de mogelijkheid te vergemakkelijken om
iets te stelen. Goochelaars gebruiken die techniek ook
dikwijls. Het publiek wordt op het verkeerde been gezet. Men
concentreert zich op het verkeerde object of de verkeerde
handeling.
|