|
De speelhal Dat je bij
het aanhouden van een verdachte moet blijven opletten heb ik
verschillende malen mogen meemaken. Ook bij het aanhouden van
een zakkenroller liep het haast eens behoorlijk uit de hand,
zoals genoemd in de volgende anekdote.
Op een avond bevond ik mij in een speelhal
aan de Reguliersbreestraat te Amsterdam. Ik kwam net van mijn
werk en ik wilde nog even een computerspel spelen voordat ik de
tram naar huis zou nemen. Nu moet u weten dat ik in mijn jaszak
dikwijls een portemonnee met kleingeld had. Deze portemonnee had
ik vervolgens met een kettinkje verbonden aan mijn jaszak, zodat
verlies van mijn portemonnee tot een minimum beperkt werd. Bij
een poging mij te rollen zou ik direct gewaarschuwd zijn.
Tijdens het spelen van een genoemd spel,
voelde ik plotseling dat er iets aan mijn jaszak trok.
Onmiddellijk draaide ik mij om en zag een zakkenroller met mijn
portemonnee in zijn hand staan, terwijl het kettinkje daarvan
nog verbonden was met mijn jaszak.
Ik trok de portemonnee uit zijn hand en
hield hem aan. Ik greep hem vast maar de zakkenroller kon zich
losrukken en rende weg naar de achterzijde van de zaak. De weg
naar de uitgang was voor hem door mij belemmerd. Toen ik de
zakkenroller vervolgens benaderde zag ik dat hij een mes te
voorschijn haalde en deze dreigend in mijn richting vasthield. Zonder twijfel trok ik vervolgens mijn
dienstwapen en maakte de zakkenroller duidelijk dat dit geen
grapje was. De zakkenroller koost eieren voor zijn geld en
gooide het mes op de vloer van de speelhal.
Door gewaarschuwde collega’s werd de
verdachte naar het bureau gebracht. Enkele dagen later moest ik de rechter
commissaris nog wel even verklaren dat ik deze zakkenrollerij
niet had uitgelokt. Ik verklaarde dat ik dikwijls een
portemonnee met klein geld met een kettinkje had verbonden aan
mijn jaszak en ik dat ik niet bezig was geweest om op deze
manier een zakkenroller te betrappen. Het uitlokken van een
misdrijf mag immers niet.
|