|
Rollers
op de munt

Op het eind
van een doordeweekse middag, rond winkelsluitingstijd, liep ik
vanuit de Kalverstraat over het Muntplein in de richting van de
tramhalte op het Rokin/Muntplein. Ik stak de trambaan over en
zag bij de halte een tram staan voor de richting Centraal
Station. Op de halte stond een groep vrouwen die de tram in
wilde stappen via de achteringang. In een flits zag ik tussen
deze groep een mij bekende zakkenroller staan. Ik mocht hem dan
wel kennen, maar hij kende mij ook, aangezien ik hem al een paar
keer eerder had aangehouden. Ik passeerde de groep en wendde
daarbij mijn gezicht van de zakkenroller af, om herkenning te
voorkomen.
Ik meldde mij bij de
bestuurder van de tram nadat hij de deur had geopend. De
bestuurder had aan een half woord van mij genoeg om te begrijpen
waar ik mee bezig was. Ik bleef in de deuropening staan en hield
de groep vrouwen in het oog al dan niet met gebruikmaking van de
rechterbuitenspiegel van de tram. Op enkele vrouwen na waren ze
allen ingestapt. Op dat moment zag ik de zakkenroller uit de
groep komen om daarna achter de tram uit mijn gezichtsveld te
verdwijnen. Ik bedankte de bestuurder van de tram nadat ik hem
had verteld dat de zakkenroller niet was ingestapt.
Ik liep voor de tram langs,
over de trambaan naar het trottoir aan de huizenzijde. Ik zag
dat de zakkenroller op de halte bleef staan voor trams “uit
centrum”.
Dit was natuurlijk al
opvallend gedrag, maar in formele zin was de zakkenroller niet
verdacht genoeg om hem te kunnen aanhouden en te fouilleren. Hij
mocht dan een notoire zakkenroller zijn, maar ik had meer bewijs
nodig .
Dat de zakkenroller niet
bepaald wist welke tram hij moest pakken gaf mij nog geen reden
genoeg om hem te benaderen. Op dat moment had ik te weinig
feiten en omstandigheden om hem verdachte te maken. Zou ik hem
aangehouden hebben en ik zou een gerolde portemonnee bij hem
hebben aangetroffen, dan was de kans heel groot dat de
inbeslagname van de portemonnee beschouwd zou worden door de
rechter als onrechtmatig verkregen bewijs.
Ik nam mij voor om nog even
geduld te hebben. Als je namelijk blijft volgen en observeren
kom je al snel tot omstandigheden en feiten die de zakkenroller
als verdachte doen bestempelen.
Zo ook in deze zaak. Ik zag
dat een tram van lijn 16 naderde voor de richting “uit centrum”,
en bij de halte stoppen. Er stapten behoorlijk wat passagiers in
de tram voor wie de zakkenroller nu geen aandacht had.
Ik stapte via de
achteringang in deze tram en zag dat de zakkenroller halverwege
de tram was gaan zitten.
Omdat hij op een zitplaats
ging zitten met het gezicht in de rijrichting, kon ik hem van
achteren benaderen. Ik kreeg daarbij “dekking” van enkele in het
gangpad staande passagiers. De tram was amper van de halte
vertrokken of ik zag dat de zakkenroller iets uit zijn kleding
haalde, dat hij voor zich hield op schoot. Ik keek over zijn
schouder mee naar hetgeen hij op schoot hield. Ik zag een
portemonnee liggen en daaruit had hij enkele documenten
verwijderd. Vervolgens zag ik dat hij een rijbewijs opende,
waarop een pasfoto van een vrouw. Terug redenerend was de
portemonnee ongetwijfeld eigendom van een vrouw die in de groep
stond bij het instappen van de tram richting CS.
Nu had ik feiten en
omstandigheden genoeg om hem als verdachte aan te houden. Ik
hield de man aan en de portemonnee met inhoud nam ik in beslag.
De zakkenroller was behoorlijk pissig omdat hij was aangehouden.
Echt meewerken wilde hij niet. Ik kreeg al snel assistentie van
een collega motorrijder van de Verkeerspolitie nadat de
trambestuurder om assistentie had verzocht.
Het is dus niet van kom,
daar loopt een zakkenroller, laat ik z’n zakken even legen
om te zien of hij gestolen spul bij zich heeft.
|