Paniek in de tram

Op een koopavond reed ik samen met een collega op en neer met
trams door het centrum van Amsterdam. Na enige tijd rondgekeken
te hebben kregen wij een zakkenroller in de gaten. Mijn collega
hield zich op in het midden van het de tram, terwijl ik op het
achterbalkon stond. De naam stamt nog uit de tijd van de
paardentram, waarbij het achterbalkon wel overdekt was maar niet
voorzien was van ramen. Daar kon men de tram instappen.
Op het achterbalkon bevonden zich de
zakkenroller en enkele passagiers, waaronder een vrouw van een
jaar of 25. Zij was in gezelschap van een man die, naar later
bleek, haar vriend was. Toen de vrouw bezig was met afstempelen
van haar kaartje deed de zakkenroller een greep in haar tas, die
zij over haar schouder droeg. Toen de dader zich van haar afkeerde, zag
ik nog juist dat hij nu een blauwe portemonnee in zijn hand had
en deze onder zijn jas bracht. Ik ging onmiddellijk tot aanhouding over en
waarschuwde mijn collega.
Zoals gebruikelijk werd ruim baan gemaakt
door de passagiers. Over het algemeen schrikken passagiers nogal
van de handelingen die een politieagent moet verrichten om én de
verdachte in de boeien te slaan én om het gestolene in bezit te
krijgen. Zakkenrollers doen vaak ontzettend veel moeite om de
portemonnee te laten vallen of weg te gooien tijdens het
aanhouden. Tijdens de worsteling met de zakkenroller zei ik
tegen de vrouw dat haar portemonnee uit haar tas gerold was. Zij
schudde hevig nee en riep dat ze niets kwijt was. Aan mijn
verzoek haar tas te doorzoeken voldeed ze niet. Ze liep bij mij
weg de tram verder in, maar werd daarbij tegengehouden door haar
reisgezelschap, die haar tot rust kon manen. Ze was namelijk
hevig geschrokken van een en ander en wilde nergens wat mee te
maken hebben, totdat haar vriend haar rustig kon krijgen.
De verdachte stelde zich nogal agressief
op, maar met behulp van mijn collega kon de zakkenroller geboeid
worden en trof ik in zijn kleding de eerder genoemde blauwe
portemonnee aan. Zelfs toen ik de portemonnee aan de vrouw
toonde, kreeg zij het met moeite voor elkaar toe te geven dat
het haar portemonnee was. Later aan het bureau erkende zij dat
ze helemaal dicht sloeg en panisch was.
|