|
De marktkraam

Op een middag liep ik over de Dappermarkt te Amsterdam, en kreeg
al snel twee vrouwen in het oog die zich, gezien hun
gedragingen, bezig hielden met tassenrollerij.
Op een gegeven moment stonden ze tussen het
publiek voor een marktkraam. Ik had geen duidelijk zicht op een
van de twee vrouwen, maar ik vermoedde dat zij een vrouw gerold
had die daar in het publiek stond. In ieder geval had ik het
vermoeden dat er een poging tot tassenrollerij gedaan was. Toen
de twee vermeende zakkenrolsters bij de kraam vandaan liepen,
benaderde ik de vrouw waarvan ik vermoedde dat ze gerold was.
Haar roodbruine schoudertas was voorzien van een ritssluiting
die halfopen stond. Ik vroeg de vrouw of zij haar portemonnee
nog had. Ze keek in de tas en riep dat haar portemonnee
verdwenen was. Vervolgens haastte ik mij naar de zakkenrolster
die het dichtst bij de vrouw had gestaan. Ik hield deze vrouw
aan en trof bij haar een portemonnee aan, in haar schoudertas.
Ik toonde de portemonnee aan de “gerolde” vrouw en zij
bevestigde dat het haar portemonnee was.
Vervolgens ging ik met de hele kudde naar
het politiebureau. De Spaans sprekende zakkenrolster bleef daar
hoog en bij laag volhouden dat de “gerolde” portemonnee haar
eigendom was. Bij nadere controle werd er in de portemonnee een
briefje aangetroffen met Chileense telefoonnummers. Dit briefje
zat zo ver weggestopt dat het onmogelijk was het daar even snel
in te verbergen. De Chileense zakkenrolster kon op enkele
guldens na vertellen hoeveel geld in de portemonnee aanwezig
was. De “gerolde” vrouw kon dit niet.
Na een duidelijk en indringend gesprek gaf de
vrouw toe dat dit niet haar portemonnee was. Zij was al enkele
keren gerold, en dacht op deze manier een beetje quitte te
kunnen spelen.
|