|
De kindervriend
Op een zaterdagmiddag pikte ik drie zakkenrollers op in de
Kalverstraat te Amsterdam, twee mannen en een vrouw. Zoals
gebruikelijk legden zij verschillende bezoekjes af aan kleding-
en schoenenzaken, waarbij zij voor mij duidelijk meer
belangstelling toonden voor tassen van het winkelend publiek dan
voor de waren die in die winkels verkocht werden. Ik merkte op
een gegeven moment op dat een echtpaar door het drietal werd
gevolgd.
Het echtpaar had een buggy bij
zich waarin een kind van een jaar of drie zat. Ik zag dat de
vrouw van het echtpaar een paar schoenen afrekende. Een van de
zakkenrollers stond vlak naast haar met een paar veters die hij
zogenaamd wilde afrekenen. Hij had er geen moeite mee om het
afrekenen van de vrouw gade te slaan. Nadat laatstgenoemde had
betaald, deed zij haar portemonnee in haar tas, die zij
vervolgens op het bagagerekje van de kinderwagen zette. Het echtpaar verliet de schoenenzaak. Als
een stel aasgieren liepen mijn zakkenrollers achter hen aan. Na
een vijftal minuten bleef het echtpaar staan voor een etalage.
Ik ging er ondertussen al vanuit dat de drie zakkenrollers een
poging zouden doen om de tas in het bagagerekje te bemachtigen.
Tijdens het bekijken van de etalage hield
de vrouw de kinderwagen echter zodanig vast dat het eigenlijk
niet mogelijk was de tas ongemerkt te stelen. Tot mijn verbazing zag ik vervolgens dat de
een van de mannelijke zakkenrollers naar de kinderwagen toeliep
en het kind uit de wagen optilde en boven zijn hoofd hield.
Zachtjes schudde hij het kind boven zijn
hoofd heen en weer, de indruk wekkende: Tjonge jonge jonge, wat
ben ik toch ik grote kindervriend. De moeder keek lachend omhoog
in de richting van het kind. Tegelijkertijd kletste de
vrouwelijke zakkenroller –vermoedelijk wat onverstaanbare
zinnen- tegen de vrouw. Ook de man van het echtpaar keek omhoog
in de richting van zijn kind. Daarna bukte de derde zakkenroller zich
achter zijn vrouwelijke collega, greep de tas van de kinderwagen
en maakte zich uit de voeten.
Zonder al te veel problemen kon ik de
zakkenroller met de tas even verderop aanhouden. Geboeid liet ik deze zakkenroller achter
bij een mij bekende beveiligingsbeambte. Per portofoon verzocht
ik collega’s om assistentie Met de tas ging ik op zoek naar het
echtpaar. Het kind was al weer terug in de kinderwagen en de
mensen hadden kennelijk nog niet bemerkt dat hun tas verdwenen
was.
Ik ging voor hen staan met de tas in de ene
en mijn politie legitimatiebewijs in de andere hand. Ik liet ze
opzettelijk even nadenken. Je zag ze redeneren - totdat de vrouw
in de richting van het bagagerekje keek, waarna ze zich dus
realiseerde dat haar tas door mij werd vastgehouden. Na een en
ander te hebben uitgelegd deden ze later aan het bureau aangifte
ter zake diefstal van hun tas, waarna ze die retour kregen. De twee andere zakkenrollers hadden het
hazenpad gekozen. Nu had ik bij het volgen reeds snel door
dat het een Hollands echtpaar betrof. Ik was nu dus eenvoudig in
staat om een en ander te verklaren omtrent de diefstal. Anders
had ik niet met de tas naar hen toegegaan voordat er een in
uniform geklede collega aanwezig was. |