|
Een stukje geschiedenis
In de
Middeleeuwen had elke stad of streek z’n eigen regels. Men kende
wetgeving zoals op het gebied van fraude -waaronder valsemunterij-, van
de zeden, van geweldsdelicten, van vermogensdelicten en op het gebied
van delicten tegen de raad van de stad. Illegaal je vermogen vergroten
werd ook in die tijd niet toegestaan en werd je gepakt, dan liep je de
kans een straf te moeten incasseren waar op dit moment de
mensenrechtenorganisatie Amnesty International voor uitrukt met zwaar
geschut. Ieder tijdperk en iedere plaats heeft goede en slechte kanten,
zal ik maar zeggen. 0p het moment dat wij mensen overgingen van
ruilhandel naar handel met gebruik van geld, zal de zakkenrollerij zijn
intrede hebben gedaan.
Zakkenrollerij was dus al bekend in de
Middeleeuwen. In een zogenaamd confessieboek uit de stad Amsterdam van
1770 komt naar voren dat er drie personen ter zake zakkenrollerij zijn
veroordeeld. Naast sommige vonnisboeken uit bepaalde steden zijn er
schilderijen bekend met daarop een afbeelding van een zakkenroller uit
die tijd. Rond 1500 werd er ook al zakkenrollerij gepleegd. Door zowel
Pieter Breugel als Jeroen Bosch werd een schilderij vervaardigd, waarop
respectievelijk een beurzensnijder en een zakkenroller werd afgebeeld.
Op het schilderij van Jeroen Bosch, genaamd: “De Goochelaar“ is een
zakkenroller te zien die de buidel of beurs van een toeschouwer in zijn
rechterhand heeft.

Het schilderij van Jeroen Bosch geeft
stof tot nadenken. Kunsthistorici geven verschillende verklaringen over
deze voorstelling. Misschien is het aardig om zelf een verklaring te
vinden door u zelf vragen te stellen. Zoals bijvoorbeeld: “is de
zakkenroller een medewerker van goochelaar ; heeft de man die naar de
zakkenroller wijst in de gaten waarmee hij bezig is; etc etc”.
Politieagenten die zakkenrollers observeren moeten zichzelf
namelijk ook steeds vragen stellen. Zoals: “wie is de uitkijk; wie wordt
het slachtoffer ...“
Dit was even een kort uitstapje naar de
Middeleeuwen.
|