LANGEVINGERS.NL

 

HOME

 
De fietstas                                                                 

Op een vrijdagmiddag surveilleerde ik op de Albert Cuypmarkt te Amsterdam. Ik had nog maar weinig gezien na een uur observeren, totdat ik twee jongens van een jaar of 10 in de gaten kreeg. Kinderen die rollen, kunnen dit over het algemeen vrij goed, alleen kunnen ze niet goed uitkijken of ze al dan niet in de gaten worden gehouden. Als flipperballen sprongen ze van de ene naar de andere vrouw, van wie zij meenden dat die gerold kon worden. Op een gegeven moment zag ik dat ze kennelijk een vrouw in de gaten hielden, die een fiets aan de hand meevoerde. Ik zag dat de vrouw bezig was groente te kopen bij een kraam. Zowel haar als de jongens hield ik in het oog, voor zover dat mogelijk was.

Tot mijn verbazing zag ik dat de vrouw haar portemonnee met de door haar gekochte groente in de fietstas opborg die aan het bagagerekje van haar fiets was bevestigd. Dat was vragen om moeilijkheden, dacht ik onmiddellijk. De twee zakkenrollertjes achtervolgden de vrouw die haar fiets aan de hand hield. Toen zijn aan het eind van de markt was gekomen, bij de Ferdinand Bolstraat, zag ik dat de vrouw op de fiets stapte en wegreed.

Vervolgens rende een van de zakkenrollertjes achter de vrouw aan en rolde uit de fietstas haar portemonnee. Je zou toch denken dat dit door meerdere mensen gezien moet zijn. Nee dus. Als iemand al wat gezien mocht hebben, zou die wel gedacht hebben dat zoonlief achter zijn moeder aanrende. De jongen die de portemonnee gerold had kon ik aanhouden maar de andere jongen kon ik nooit te pakken krijgen als ik met de aangehouden jongen moest lopen slepen.

Ik waarschuwde via de portofoon mijn collega’s. De niet aangehouden jongen bleef op enige afstand toekijken, wat er met zijn vriendje gebeurde. Toen er assistentie ter plaatse kwam liep ik met een boog naar die jongen toe en hield hem ook aan. Totaal verrast was hij hierdoor wel. Maar ik wist tegelijkertijd dat de jongen nooit meer zo’n foutje zou maken. De vrouw kon ik later haar portemonnee terug geven, met het advies dat ze haar portemonnee vooral zo moest blijven opbergen.

U begrijpt wel dat het niet slim is om je portemonnee op bovengenoemde wijze op te bergen. Vaak hoor je het slachtoffer zeggen dat ze hun portemonnee altijd zo en zo bewaarden en dat het altijd goed ging. Dan roep ik maar dat een paar honderd jaar geleden de huizen ook niet afgesloten werden, maar dat dit nu ook niet meer kan.

De twee jongens gingen naar de Jeugd en Zedenpolitie. De twee rollers in de hierboven beschreven anekdote zijn kinderen die er veelal op uit worden gestuurd door hun ouders of andere familieleden die hen verzorgen. Ze worden vaak afgezet aan de buitenkant van de stad, waarna zij het centrum en de markten afstropen om portemonnees te stelen. Als er genoeg gerold is, gaan zij weer terug naar de plek waar zij zijn afgezet, alwaar vader of oomlief zich te goed doet in de kroeg.

 

De Hoofdstukken:

Rollers op de Munt

Geduld is een...

Het metrostation

Kip op het Damrak

De telefooncel

De kindervriend

Koreaanse verwarring

De marktkraam

"Dappere" rollerij

Paniek in de tram

De fietstas

Open en bloot

Wie het laatst lacht

De dubbele bodem

Balletje, balletje

De race

Opzetje?

Haarlemmerolie

De zigeunerkinderen

Zonder geluk

Twee in één klap

De bagagekluis

De saxofoon

De Roode Leeuw

De speelhal

Het rolluik

Het terras

Tramlijn 16

Sex op de tram

De hotel-lobby

Het kabelkastje

De wisseltruc

Bijna bedonderd