|
Bijna bedonderd Zo nu en
dan ondervind je dat je altijd op je hoede moet zijn, wil je
niet beet genomen worden. Zo ook in het volgende verhaal.
Op een middag liep ik samen met een collega
op de Nieuwezijds Voorburgwal op een afstand van ongeveer 50
meter van de tramhalte vlak achter het Paleis op de Dam. Op de
tramhalte stond een tram en wij zagen een ons overbekende
zakkenroller de tram instappen via de ingang aan de achterzijde.
Vlak voordat wij de tram waren ingestapt aan de vooringang zagen
wij de zakkenroller de tram weer uitstappen. Omdat wij vermoedden dat hij iets gerold
had namen wij ons voor de man te volgen.
Wij zagen dat de man een steegje inliep
gelegen tussen de Nieuwezijds Voorburgwal en de Nieuwendijk.
Halverwege die steeg was een Z bocht. Toen hij daarin uit het
zicht verdween renden wij daar naar toe en konden vervolgens
zien dat onze zakkenroller bezig was een portemonnee te
doorzoeken..Wij arresteerden hem en brachten hem naar het bureau
Warmoesstraat. Via een adreslijstje afkomstig uit de gestolen
portemonnee, konden wij een uur later de eigenaar bereiken. Aan
het bureau gekomen nam de aangever de portemonnee weer in
ontvangst. Nadat hij zijn portemonnee had gecontroleerd gaf hij
aan dat er drie cheques verdwenen waren.
Omdat de mogelijkheid bestond dat de
zakkenroller de drie cheques verstopt had in de Z bocht van de
genoemde steeg, stelde ik een onderzoekje in. Zoals vermoed werd trof ik onder een stuk
hout in de genoemde Z bocht, drie cheques aan. De zakkenroller
bleek hier geen waarde aan te hechten.
Juist op het moment dat ik terug wilde gaan
naar het bureau, zag ik een man rennen door de steeg, komende
uit de richting van de Nieuwezijds Voorburgwal. De man rende op
mij af . Toen hij mij kennelijk zag, hoorde ik hem roepen: ”houdt
die kerel vast, pak hem.” En wees daarbij in mijn richting
kennelijk met de bedoeling om mij wijs te maken dat er net
iemand langs mij was gerend. Nu heb ik wel geleerd voorzichtig
te zijn met zeker weten, maar in dit geval wist ik zeker dat
niemand mij was gepasseerd of hij had over mij heen gevlogen
moeten zijn. Mede omdat de rennende man zijn linkerarm
tegen zijn borst gedrukt hield, greep ik hem vast en zag onder
zijn jas waar de linkerarm tegenaan gedrukt zat een zwart
polstasje liggen..
Dit polstasje had meneer uit de hand gerukt
van een man die kort daarop de steeg in kwam “rennen”. Hij kreeg later zijn tasje met inhoud terug
en de rover ging met een proces-verbaal terug naar de
instelling waaruit hij was weggelopen.
|