|
Balletje, balletje,
Eind jaren tachtig werd er vooral op de Nieuwendijk en omgeving
het gokspel “balletje balletje gespeeld. De speler van dit
spel had drie doosjes en een balletje.
Hij deed het balletje onder een van de
doosjes en schoof deze doosjes heen en weer en door elkaar heen.
Vervolgens mocht een omstander raden onder welk doosje het
balletje lag. Die moest dan natuurlijk wel even wat geld
inzetten. Dit kon oplopen tot honderden guldens. Moest er een
omstander even een zetje in de rug hebben, dan zette een
“medewerker” van de speler wel even honderd gulden in. Tot
verwondering van een ieder raadde hij in één keer onder welk
doosje het balletje lag. Daarna was de omstander vaak wel
overtuigd en begon ook met geld in zetten. Maar wat hij ook raadde, hij raadde niet
het doosje waaronder het balletje lag. Menig omstander is
behoorlijk wat geld kwijt geraakt op die manier. Maar ja,
runderen worden bij de wet niet beschermd.
Volgens de Algemene Politie Verordening was
het spelen van dit gokspel strafbaar. De politie trad er in het
begin een beetje vruchteloos tegen op. Toen de straffen, waaronder boetes voor de
spelers van dit gokspel, verhoogd werden kozen velen van hen een
andere manier om geld te “verdienen”.
Om de politie voor te zijn maakten de
spelers gebruik van “uitkijken” die hen waarschuwde als de
politie naderde. Deze uitkijken zagen politieagenten in uniform,
maar zij herkenden ook veel collega’s die in burger gekleed
waren. Nu waren zakkenrollers ook bekend met dit
spelletje en met het publiek dat er nieuwsgierig bij stond te
kijken. Dit publiek was vaak zo geobsedeerd door dit spelletje
dat niemand meer op zijn eigen spullen lette mede omdat iedereen
tegen elkaar aan stond om vooral niet te missen hoe iemand geld
won of verloor en dat laatste was meestal het geval.
Nu was er een zakkenroller die dacht dat er
geen politieagenten in de buurt zouden zijn van het gokspelletje
omdat de uitkijken dan wel alarm hadden geslagen. Niets was
minder waar. Ik had met de “uitkijken” afgesproken dat ik er was
voor de zakkenrollers. De zakkenroller rolde de portemonnee uit de
tas van een vrouw, toen zij bij het gokspelletje stond te
kijken. Toen ik hem aanhield, zei hij tegen mij dat die gasten
gokten. Dat doe jij toch ook grapjas, antwoordde ik.
Toen ik de zakkenroller had aangehouden en
de portemonnee had afgepakt sprak ik de vrouw aan en toonde haar
de portemonnee. Op dat moment riep zij haar vriend die even
verderop stond. Die bleek marinier te zijn. Toen hij begreep wat
er aan de hand was vroeg hij mij of ik die zakkenroller niet
even kon laten lopen, dan zou hij wel zorgen dat die niet meer
kón lopen. Ik vertelde hem dat als de Derde Wereldoorlog zou
uitbreken, hij de eerste zou zijn die ik om hulp zou vragen.
Echter om een portemonnee, die zelfs zonder geweld was gestolen,
worden natuurlijk geen benen gebroken.
U hebt in voorgaande anekdotes reeds kunnen
lezen dat vooral de professionele zakkenrollers vaak met
meerdere personen het dievenpad opgaan hetgeen tot gevolg heeft
dat een of twee politieagenten vaak niet in staat zijn alle
zakkenrollers aan te houden. Altijd wordt wel zoveel mogelijk de
zakkenroller aangehouden die de feitelijke diefstal pleegt,
zodat de buit veilig gesteld kan worden. Toch lukt het wel eens
om met z’n tweeën meerdere zakkenrollers aan te houden. |